Afdrukken
 

Spotnamen

Wat

Spotnamen, spotverhalen, domme gezegden en geestigheden hebben altijd bij de mensen in een hoge gunst gestaan. Om met de bewoners van de nabij gelegen dorpen te schimpen, nam men alles te baat. De kleinste gebeurtenis of het minste feit, werd verdraaid, vergroot en rondgebazuind. Deze feiten lagen dan meestal aan de basis van de spotnaam. Eens de spotnaam in voege, werd deze overgeleverd van geslacht tot geslacht.

Hoogstraten - Spilzakken

Deze verklaring zou te vinden zijn bij de inwoners die de afgevallen dennennaalden of ’spellen‘ verzamelden om in de stallen als strooisel te gebruiken. Nu gebeurde dat wel in meer dorpen, maar dan vooral door de armen en kleine boertjes. In Hoogstraten echter deden ook de meer gegoede burgers dat, zodat men in ‘t omliggende zei:” ‘s Zondags gaan de meisjes er gekleed als juffrouwen, maar in de week gaan ze spellen rapen.” Er bestaat echter twijfel over deze uitleg omdat er in de spotnaam sprake is van spillen en niet van spellen. Dat spillen zou dan in verband staan met verspillen, met geld en vermakelijkheden dus. Die van Hoogstraten hadden wel de naam graag plezier te maken, maar het mocht niet te veel kosten. Daarom werden ze ook de Vijf-centenmannekens genoemd: ze gingen wel naar de naburige kermissen, maar gaven nooit meer uit dan vijf cent.

Meer - Klinkers

De inwoners van Meer hadden de gewoonte heel luid te spreken en te roepen, waardoor men ze in de omtrek de Klinkers noemde. Omdat het dorp volledig in de heide lag, werd ook wel de 'heikneuters' gebruikt.

Meerle - Pieren

De grond in Meerle zou zo mager zijn, dat men er maar één pier gevonden heeft. Deze ligt er vast aan een ijzeren ketting.

Minderhout en Wortel - Papboeren

In Minderhout en Wortel werd men dik van botermelkse pap. De inwoners werden bijgevolg papboeren genoemd.

Bron: Ons Volksleven. Antwerpsch-Brabantsch tijdschrift voor Taal en Volksdichtveerdigheid, voor Oude Gebruiken, Wangeloofkunde, enz., o.l.v. J. Cornelissen en J.B. Vervliet