In 1380 stootte kapelaan Eligius van den Aker, uit Boxtel in Nederland, tijdens de mis de kelk met witte wijn om. Op het altaardoek en de corporale verschenen bloedvlekken. Vruchteloos probeerde hij de vlekken uit te wassen. Ten einde raad borg hij ze op in een koffer.
Op zijn sterfbed bekende de kapelaan het voorval en overhandigde hij de doeken aan zijn biechtvader. Na onderzoek erkende de Kerk het wonder, en gaf de toelating om jaarlijks de Heilig Bloeddoeken in processie rond te dragen en aan het volk te tonen. Die vergunning werd verleend op 27 juni 1380.
Boxtel werd bekend als het drukste pelgrimsoord van het hertogdom Brabant. In 1648 kregen de Hervormden de katholieke kerken in Nederland in handen en werden de doeken over de grens in veiligheid gebracht via Antwerpen naar Hoogstraten.
De Hoogstraatse processie
630 jaar ná de gebeurtenissen in Boxtel blijft deze grote verering en deze grote toeloop bestaan. Tijdens de processiedagen wordt het Heilig Bloed uiteraard vereerd in de straten van Hoogstraten. Hier beelden meer dan 600 processiegangers, in gewaden en kledij in de traditionele liturgische kleuren, de drie onderdelen van de processie uit:
1. Hulde aan Heilig Bloed.
2. Uitbeelding van de volledige
Eucharistieviering.
3. Hoogstraten dankt Onze Lieve Vrouw.
De processie bevat een schat aan prachtig gerestaureerde kunstwerken en processiemateriaal.
Terecht werd de Hoogstraatse Heilig Bloedprocessie erkend als Vlaams Immaterieel Erfgoed!